|
Artikel 1.
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
- woning : een verhuurd gebouwd onroerend goed of gedeelte van
onroerend goed, bestemd als hoofdverblijfplaats van de huurder;
- woonvertrek : een gedeelte van een woning bestemd om te worden
gebruikt als keuken, woon- of slaapkamer.
Artikel 2. De volgende lokalen kunnen geen woonvertrek vormen :
de voor- of inkomhallen, de gangen, de toiletten, de badkamers, de
wasruimten, de bergplaatsen, de niet voor bewoning ingerichte kelders,
zolders en bijgebouwen, de garages en de lokalen voor beroepsbezigheden.
De oppervlakte en het volume van de woning moeten voldoende ruim zijn
om er te koken, te wonen en te slapen. Elke woning moet ten minste één
vertrek bevatten bestemd als woon- en slaapkamer. Dit vertrek moet voor
eigen gebruik zijn.
Wanneer een gebouw verscheidene woningen bevat, mogen één of meer
gemeenschappelijke gedeelten van dat gebouw gebruikt worden voor andere
activiteiten dan het wonen en slapen.
Artikel 3. Het onroerend goed en inzonderheid de fundering, de
vloeren en het timmerwerk mogen geen uitwendige of inwendige structurele
of stabiliteitsgebreken vertonen of andere gebreken zoals scheuren,
breuken, uitgesproken slijtageverschijnselen of de aanwezigheid van
zwammen of parasieten die de veiligheid of gezondheid in het gedrang
kunnen brengen.
Artikel 4. De woning moet vrij zijn van vochtinfiltratie door het
dak, de dakgoten, de muren of het buitenschrijnwerk alsook van
opstijgend vocht via de muren of vloeren die de gezondheid in het
gedrang kunnen brengen.
Artikel 5. Ten minste de helft van de woonvertrekken bestemd om
te worden gebruikt als woon- of slaapkamer moeten voorzien zijn van een
natuurlijke lichtbron. Deze natuurlijke lichtbron moet ten minste 1/12
bedragen van de vloeroppervlakte van dit vertrek. Voor de
kelderwoonvertrekken wordt hiertoe geen rekening gehouden met de helft
van de vensteroppervlakte onder het grondniveau.
De woonvertrekken en de sanitaire vertrekken zoals de badkamer, de
douche en het toilet die niet kunnen worden verlucht via een raam dat
kan worden geopend, moeten minstens beschikken over een opening, een
verluchtingsrooster of -koker. De vrije oppervlakte van die opening, dat
rooster of die koker in geopende toestand moet ten minste 0,1 % van de
vloeroppervlakte bedragen.
Elke warmwaterinstallatie of elk ander verwarmingssysteem dat
verbrande gassen produceert, moet voorzien zijn van een goed
functionerend afvoersysteem dat uitgeeft op de open lucht.
Artikel 6. De woning moet ten minste voorzien zijn van :
1° een eigen, permanent toegankelijk tappunt voor drinkbaar water;
indien het gebouw verscheidene woningen bevat waarvan één of meer
gemeenschappelijke gedeelten gebruikt worden voor andere activiteiten
dan het wonen en slapen, dan volstaat de aanwezigheid van een
gemeenschappelijk tappunt voor drinkbaar water in de gemeenschappelijke
delen;
2° een gootsteen met een reukafsnijder, aangesloten op een
afvoersysteem dat functioneert;
3° een eigen toilet, in of aansluitend bij het gebouw en bruikbaar
gedurende het gehele jaar. Verscheidene woningen gelegen in hetzelfde
gebouw mogen het toilet evenwel gemeenschappelijk hebben voor zover
voldaan wordt aan de volgende voorwaarden :
a) die woningen zijn gelegen op een of twee aaneensluitende
woonverdiepingen;
b) hun aantal bedraagt niet meer dan vijf;
c) het toilet is toegankelijk via de gemeenschappelijke delen.
4° een elektrische installatie goedgekeurd door een erkende
keuringsinstelling, wanneer een zodanige goedkeuring vereist is
krachtens de geldende regeling, of die geen risico inhoudt bij normaal
gebruik. Elk woonvertrek moet elektrisch kunnen worden verlicht of
tenminste voorzien zijn van een contactpunt voor stroomafname;
5° voldoende verwarmingsmiddelen die geen risico inhouden bij normaal
gebruik of tenminste de mogelijkheid om één of meer
verwarmingstoestellen te plaatsen en aan te sluiten;
6° een permanente toegankelijkheid tot de smeltveiligheden van de
elektrische installatie van de woning.
Indien de woning is uitgerust met een gasinstallatie, moet deze
goedgekeurd zijn door een erkende keuringsinstelling, wanneer een
zodanige goedkeuring vereist is krachtens de geldende regeling, of mag
zij bij normaal gebruik geen gevaar opleveren.
Artikel 7. De eigen woonvertrekken moeten steeds vrij
toegankelijk zijn, rechtstreeks via de openbare weg of onrechtstreeks
via een toegang die verscheidene woningen gemeenschappelijk hebben of
via een vertrek dat door een bewoner wordt gebruikt voor
beroepsdoeleinden. Zij moeten kunnen worden afgesloten zodat enkel de
bewoners toegang hebben.
De trappen naar de woonvertrekken moeten vast zijn en gemakkelijk
toegankelijk. Zij mogen geen risico inhouden bij normaal gebruik.
De woonvertrekken, de trappen naar de woonvertrekken en de uitgangen
moeten zodanig geconstrueerd zijn dat zij een snelle en gemakkelijke
ontruiming van personen mogelijk maken.
De op een verdieping gelegen vensters en deuren die uitgeven op de
buitenzijde van de woning tot op een hoogte van minder dan 50 cm van de
vloer, moeten beveiligd zijn door een vaststaande leuning. |