Veel gebreken aan gas- en elektrische installaties
In 12 procent van de Nederlandse woningen deugt de gasinstallatie of de
elektrische installatie niet. Dat zijn ruim 800.000 woningen. Men heeft het dan
over 'ernstige defecten', die voornamelijk samenhangen met
open-verbrandingstoestellen, zoals afvoerloze geisers, gaskachels en oude
cv-ketels. Als gevolg van koolmonoxidevergiftiging in woningen overlijden er
jaarlijks een tiental mensen. Daarnaast worden er ook nog elk jaar 35 tot 45
mensen opgenomen in het ziekenhuis vanwege koolmonoxidevergiftiging.
Zolang een afvoerloze geiser wordt onderhouden en er goed wordt geventileerd, is
het risico van koolmonoxidevergiftiging beperkt. De praktijk is echter dat
onderhoud en ventilatie regelmatig te wensen over laten. De problemen zijn met
de gas- en elektrische huisinstallaties tien jaar geleden gecreëerd, toen de
energiemarkt werd geliberaliseerd. 'Daarvoor waren de publieke energiebedrijven
verantwoordelijk voor de periodieke controle van huisinstallaties.' Wie er
tegenwoordig wel verantwoordelijk is voor het onderhoud is echter lang niet
altijd duidelijk. We kunnen vaststellen dat waar een verhuurder verantwoordelijk
is voor het onderhoud, dat ook lang niet altijd gebeurt. De situatie is het
slechtst in de particuliere huursector.
Schadelijke stoffen
Ook blijkt in een aanzienlijk percentage van de woningen de concentratie
schadelijke stoffen te hoog te zijn. Het gaat daarbij om stoffen als
formaldehyde, benzeen en vluchtige organische stoffen (vos). De gemeten waarden
zijn hoger dan de huidige buitenluchtnormen of advieswaarden van de
Gezondheidsraad. Voor formaldehyde wordt in 55% van de keukens (en in andere
ruimtes met plaatmateriaal) de grenswaarde overschreden. Voor benzeen is dat in
6 procent van de woningen het geval en voor vos wordt de grenswaarde in bijna
40% van de woningen overschreden.
Ventilatie
Ook de ventilatie in veel woningen deugt niet. De CO2 concentratie is daarbij
een goede graadmeter. Een te hoge concentratie CO2 duidt op onvoldoende
luchtverversing. Vooral in de woonkamers van sociale huurwoningen uit de periode
1945-1970 worden hoge gemiddelden gemeten en langdurige overschrijdingen van de
grens (1200 ppm). In sociale huurwoningen van na 1980 is de overschrijding het
meest beperkt van duur en bedraagt de gemiddelde overschrijding 8 uur per week.
Toch is dat nog altijd (naar schatting) 10% van de tijd dat men in de woonkamer
is. Het Huurdersplatform Noord Drenthe zal middels een schrijven de verhuurders
in ons gebied aandacht hiervoor vragen en hoe het is gesteld met de huurwoningen
onder haar beheer.