Kabinet wil aanpassing stelsel woningcorporaties
De ministerraad heeft op voorstel van minister Van der Laan voor Wonen, Wijken
en Integratie ingestemd met aanpassingen in het woningcorporatiestelsel. Het is
wenselijk om een nieuwe balans te vinden tussen het zelfstandige
maatschappelijke ondernemerschap van corporaties en de publieke waarborgen in
een duurzaam corporatiestelsel. Het kabinet wil onder meer toe naar een nieuwe
vorm van toezicht.
Er is volgens het kabinet vernieuwing nodig in de relatie tussen woningcorporaties, overheid en lokale belanghebbenden, in het werkdomein en voor wat betreft de staatssteunkwestie. Ook in de verbindingen van corporaties moeten vernieuwingen plaatsvinden, in de balans tussen sturing en regulering door de sector en door het interne toezicht enerzijds en publieke waarborgen anderzijds.
Ook zijn wijzigingen noodzakelijk met betrekking tot integriteit, schaalgrootte, fusies en de organisatie van het externe toezicht. Het kabinet acht goed toezicht nodig om het corporatiestelsel goed te laten werken.
Zowel het interne als externe toezicht moet effectief en doelmatig zijn. Daarom is besloten al het externe toezicht bij één onafhankelijke Autoriteit neer te leggen, waarin de huidige toezichthouder, het Centraal Fonds Volkshuisvesting, opgaat. Voor het externe toezicht beoordeelt de Autoriteit de verklaringen, die de Raden van Commissarissen (RvC's) van de corporaties voortaan moeten afgeven over het maatschappelijke presteren, de financiële continuïteit, de inzet van het vermogen en de doelmatigheid, de rechtmatigheid, de integriteit en de governance.
De minister voor WWI houdt de bevoegdheid zwaardere sancties te treffen, die het bestuur (benoeming bewindvoerder) of zelfs de hele organisatie (intrekken toelating) direct raken.. Hij houdt ook de bevoegdheid een externe toezichthouder aan te stellen bij de RvC en hij krijgt de bevoegdheid de RvC te ontslaan. De Autoriteit zal de minister daarover adviseren.
De RvC's zullen professioneler moeten gaan opereren. Er zullen nieuwe eisen aan
commissarissen worden gesteld, bijvoorbeeld met betrekking tot opleidingeisen,
ervaringsniveau, zittingsduur en het aantal commissariaten. In de Woningwet
wordt een ontslagmogelijkheid opgenomen voor RvC's bij slecht functioneren of
het afgeven van onjuiste verklaringen. Het kabinet acht het van belang dat bij
de RvC's een cultuuromslag plaatsvindt gericht op een groter besef van de
verantwoordelijkheid en een kritischer houding ten opzichte van het bestuur.
Wat betreft de salarissen van de bestuurders van de corporaties komt het kabinet
snel met wetgeving om die salarissen te normeren. Het kabinet wil deze
salarissen maximeren tot het wettelijk vastgelegde normbedrag voor de
semipublieke sector. De RvC moet erop toezien dat de corporatie sober en
doelmatig met haar geld omgaat. Zij moet hierover jaarlijks een verklaring aan
de Autoriteit afleggen.
Corporaties zullen met de gemeenten waar zij actief zijn resultaatgerichte en
handhaafbare prestatieafspraken maken. De taken en het werkdomein van de
corporaties blijven gelijk, maar het kabinet wil geen structuren meer toestaan
die onoverzichtelijk zijn. Er komen strikte regels voor het onderbrengen van
activiteiten van corporaties in dochterbedrijven. Die dochters mogen alleen wat
de moedercorporatie ook mag.
Als een corporatie wil investeren in een project met een commercieel karakter, moet de corporatie aan diverse eisen voldoen. Zo moet de corporatie die activiteit in een dochter onderbrengen. Daarbij mag de woningcorporatie onder andere slechts aandelenkapitaal verschaffen tot maximaal 33 procent van het balanstotaal van die dochter.
Andere investeerders buiten de corporaties moeten dus ook investeren in dat
project. Dit om het risico op verlies van maatschappelijk vermogen te
verkleinen.
Het kabinet wil de risico's van belangenvermenging bij verbindingen van
corporaties met andere maatschappelijke instellingen voorkomen door voortaan
geen personele unies meer toe te staan op het niveau van de RvC's.
Corporaties mogen voortaan in heel Nederland werkzaam zijn. Wanneer corporaties willen fuseren, wordt meer dan voorheen gekeken of dat nodig en wenselijk is.
Gemeenten en huurdersorganisatie(s) worden hierbij betrokken. Gelukkig maar. U als huurder moet meetbaar, qua huurgenot, dit kunnen merken. De fusiecriteria uit 2002 worden aangescherpt, waarbij in ieder geval een fusie-effecttoets wordt gevraagd. Bij die toets wordt bekeken of er mogelijke alternatieven voor de fusie zijn.